Lucas passie – oratorium van Calliope Tsoupaki

Op 5 juni 2008 beleefde Calliope Tsoupaki’s oratorium de Lucas passie zijn wereldpremière in het Muziekgebouw aan ‘t IJ tijdens het Holland Festival 2008.

Antiek Theater Herman Altena vertaalde de Griekse teksten voor de boventiteling (o.m. uit het Lucas-evangelie, de psalmen van David, en werk van Romanos Melodos)

Romanos Melodos
Romanos Melodos (de zanger) was een dichter van waarschijnlijk Syrische afkomst. Hij was werkzaam in de eerste helft van de zesde eeuw in Konstantinopel ten tijde van keizer Justinianus (527-565). Romanos was de bedenker van de zg. kontakia (enkelvoud kontakion, de stok waarop een papyrus werd opgerold). Dit waren preken die vanaf de kansel gezongen werden. In deze preken werd de kern van de schriftlezing (uit het Oude of Nieuwe Testament) voor een bepaalde kerkelijke feestdag in poëzie en muziek nader uiteengezet en in een religieus-ethisch perspectief geplaatst.

De kontakia bestaan uit zo’n 18 tot 30 coupletten, voorafgegaan door èèn of meer korte inleidende verzen waarvan de slotregel als refrein dient voor de coupletten. Romanos schreef zijn coupletten in de vorm van een akrostichon: de eerste letters van de coupletten vormen samen de handtekening van de auteur van het werk, bijvoorbeeld “DOOR ROMANOS IN NEDERIGHEID”. Alle coupletten hadden dezelfde metrische vorm. Het refrein kon door de gemeente worden meegezongen. De oorspronkelijke muziek van Romanos’ kontakia is niet overgeleverd. Fragmenten uit zijn werk en dat van anderen worden nog overigens steeds gezongen in de Grieks-orthodoxe kerk, maar dan op een latere compositie.

Een antieke levensbeschrijving van Romanos vermeldt dat hij zo’n duizend composities schreef voor de christelijke kalender. Slechts 87 werken, deels gemarkeerd door zijn akrostichon, zijn overgeleverd en aan hem toegeschreven. Voor 25 kontakia wordt het auteurschap van Romanos echter betwijfeld. Diverse onderwerpen zijn ontleend aan het Oude Testament, het merendeel aan het Nieuwe Testament. Vaak wordt gewezen op het dramatische karakter van zijn werk, met een duidelijke aanduiding van plaatsen van handeling en het gebruik van directe rede. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de kontakia ook daadwerkelijk geënsceneerd werden.

Gegevens voor deze algemene inleiding zijn ontleend aan R. J. Schork. 1995. Sacred Song from the Byzantine Pulpit: Romanus the Melodist. Gainesville etc.: University Press of Florida.

Voorbeeldfragmenten
Calliope Tsoupaki maakt voor haar compositie gebruik van drie kontakia, strofe 21 uit kontakion 17 “Over Judas”, de prelude bij kontakion 21 “Over de kruisiging”, en verschillende coupletten uit kontakion 48, het tweede kontakion met de titel “Over de tien maagden” dat aan Romanos wordt toegeschreven. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling van deze teksten.

© 2008 Nederlandse vertaling: Antiek Theater Herman Altena

Romanos 17, 21
Daar kwam hij aangerend, de wetteloze,
en kust bedrieglijk
hem die de mensen liefheeft,
en vernietigt volgens voorbedacht plan
hem die vrijwillig lijden verkoos
en allen met leven begiftigde.
Jouw kus bied je aan?
Een kus van verraad.
Genadig, genadig, wees ons genadig.

Uit Romanos 48, prelude, 1, 5, 8, 14, 18
Als een toortsvlam, onuitblusbaar, tonen wij
onze ziel aan de bruidegom, aan Christus.
Met hem zullen wij binnengaan.
Want de bruidskamer wordt toegesloten.
Laten wij niet achterblijven, buiten,
roepend: “Doe open”.

Wat ben je lichtzinnig,
mijn deemoedige ziel.
Wat maak je je zorgen
over wat nu niet betaamt,
en ben je druk
met alles wat nutteloos is
voor de tijd die aanstonds
beslissend zal zijn,
en grijp je je vast aan het heden,
terwijl je meent die nieuwe tijd
te zijn toegewijd.
“Doe open”.

Aanhoor die dingen en jammer, ziel.
Zucht toch, nu, uit eigen inzicht,
voor het te laat is en je zult jammeren
zonder het te willen,
wanneer heel de aarde
verteerd wordt door vuur
en de hemel als een papyrus dichtrolt;
wanneer de diepzee wegvlucht
en zelfs de bodem daarvan
te voorschijn zal komen
als nooit tevoren.
Hemellichten zijn er niet:
want de sterren,
als bladeren vallen zij.
Zo groot zal de benauwenis zijn,
wanneer die dingen zullen komen.

Zie, het uur van benauwing is daar.
Waar wachten wij op, mijn ziel?
Het is de dag van de vergelding.
Ontbrand is de toorn
jegens ons, door ons,
omdat wij hem van onderaf deden opvlammen.
En het aanstaande vuur
is uit ons, tegen ons,
want geen houtblok
is als brandstof te vinden:
geen doornstruik is zichtbaar,
maar vergelding zet de brandoven in vuur.
Ieders verdorvenheid
zal als de braamstruik zijn,
brandend, maar niet verbrandend:
want altijd vlamt zij op
en nooit wordt zij verteerd,
tenzij de tranen haar voor zijn
van hen die vanhier in benauwenis
roepen: “Doe open”.

Laat niet wijken uit jullie harten
de verwachting van mijn wederkomst:
want ik ben met jullie.

Allerhoogste meester,
wil van ons niets verwachten;
u hebt niet van node
het goede dat wij doen,
omdat iedereen najaagt
het kwade.
Maar ontvouw over ons
uw erbarmen en over allen
die roepen: “Doe open”.


Romanos 21, prelude
Mijn ziel, mijn ziel, verhef je –
waarom slaap je?
Het einde nadert,
en aanstonds treft jou ontreddering.
Dus kom tot bezinning,
opdat je gespaard wordt
door Christus de heer.