Antiek Theater Herman Altena en de Oresteia

Op 25 november 2006 ging de Oresteia van NTGent | Toneelgroep Amsterdam in première in Amsterdam. Rondom de voorstelling waren verschillende activiteiten georganiseerd waarbij Antiek Theater betrokken was.

Lezing Griekenlandcentrum Gent
Op 8 november gaf Herman Altena in Gent een lezing over ‘De Griekse tragedies van Johan Simons en Paul Koek’ voor het Griekenlandcentrum van de Universiteit Gent. Zie verder onder links ‘Griekenlandcentrum Gent’.

Onder vertalers, Stadsschouwburg Amsterdam
Op 30 november spraken Janine Brogt en Herman Altena voorafgaand aan de voorstelling van de Oresteia in de Amsterdamse Stadsschouwburg een uur lang over het vertalen en bewerken van Aischylos’ trilogie. Janine Brogt vertaalde en bewerkte het stuk voor de voorstelling die Het Nationale Toneel in het voorjaar 2006 heeft gespeeld. De ontmoeting stond onder leiding van Carel Alphenaar en was georganiseerd in het kader van tamtam 06 onder de titel ‘onder vertalers’.

De teksten voor deze twee voorstellingen zijn zeer verschillend van aard, en dat hangt direct samen met de opdracht die de vertalers meekregen van de makers. Janine Brogt schreef een opera-achtig libretto, met kortere zinnen en vrijere omgang met de oorspronkelijke beeldentaal, terwijl Herman Altena zocht naar een speelbare tekst die de kenmerkende vormaspecten van het origineel zoveel mogelijk recht doet. De vergelijking van een korte passage illustreert de verschillen:

ORESTEIA
openingswoorden eerste deel
Vertaling en bewerking Janine Brogt:

Goden verlos mij van mijn wacht
die mij hier als een hond houdt vastgeketend
op het dak van het huis van Atreus’ zonen,
kop op de poten, nacht na nacht.

Een jaar al zie ik maan en sterren gaan,
stralende heersers die onaangedaan
zomer op winter laten volgen,
maar nooit het vuur vertonen
waar ik op wacht:
dat is het sein, het vuur, het teken
dat Troje is gevallen.

Waar komt dat licht vandaan?
Nieuw licht in het duister?
Een baken? Aan de horizon?
Het wordt sterker.
Dat is het!
Roep de koningin.
Troje is gevallen.
Eindelijk! Eindelijk!
Wek heel het paleis!
Agamemnon komt naar huis!

* * * * *
ORESTEIA
openingswoorden eerste deel
Vertaling Herman Altena
Goden, u vraag ik om bevrijding van deze last,
de jarenlange wacht, waarbij ik op het paleis
van Atreus’ zonen, rustend op mijn ellebogen
zoals een hond, de kennis heb verworven van
de nachtelijke samenscholing van de sterren:
welke de mensen winterstorm en zomer brengen,
stralende machthebbers, afstekend tegen de hemelsfeer,
en wanneer sterren ondergaan en opkomen.
Ook nu kijk ik waakzaam uit naar het afgesproken sein,
een stralend fakkelvuur dat nieuws uit Troje brengt,
en het bericht van de inname –

O, welkom, schijnsel van vuur, dat in de nacht het licht
aankondigt van de dag, het aantreden in Argos
van talloze koren, om deze gebeurtenis te vieren.
Ioe, ioe.
Agamemnons vrouw geef ik een helder teken om
zich op te richten van haar bed en dadelijk
in jubel uit te barsten bij dit fakkellicht,
ten gunste van haar huis, zo waar de stad Troje
veroverd is, naar nu die oplichtende gloed bericht.