2009-05-26

Lucas passie - oratorium van Calliope Tsoupaki

Op 5 juni 2008 beleefde Calliope Tsoupaki’s oratorium de Lucas passie zijn wereldpremière in het Muziekgebouw aan ‘t IJ tijdens het Holland Festival 2008.

Antiek Theater Herman Altena vertaalde de Griekse teksten voor de boventiteling (o.m. uit het Lucas-evangelie, de psalmen van David, en werk van Romanos Melodos)

Romanos Melodos
Romanos Melodos (de zanger) was een dichter van waarschijnlijk Syrische afkomst. Hij was werkzaam in de eerste helft van de zesde eeuw in Konstantinopel ten tijde van keizer Justinianus (527-565). Romanos was de bedenker van de zg. kontakia (enkelvoud kontakion, de stok waarop een papyrus werd opgerold). Dit waren preken die vanaf de kansel gezongen werden. In deze preken werd de kern van de schriftlezing (uit het Oude of Nieuwe Testament) voor een bepaalde kerkelijke feestdag in poëzie en muziek nader uiteengezet en in een religieus-ethisch perspectief geplaatst.

De kontakia bestaan uit zo’n 18 tot 30 coupletten, voorafgegaan door één of meer korte inleidende verzen waarvan de slotregel als refrein dient voor de coupletten. Romanos schreef zijn coupletten in de vorm van een akrostichon: de eerste letters van de coupletten vormen samen de handtekening van de auteur van het werk, bijvoorbeeld “DOOR ROMANOS IN NEDERIGHEID”. Alle coupletten hadden dezelfde metrische vorm. Het refrein kon door de gemeente worden meegezongen. De oorspronkelijke muziek van Romanos’ kontakia is niet overgeleverd. Fragmenten uit zijn werk en dat van anderen worden nog overigens steeds gezongen in de Grieks-orthodoxe kerk, maar dan op een latere compositie.

Een antieke levensbeschrijving van Romanos vermeldt dat hij zo’n duizend composities schreef voor de christelijke kalender. Slechts 87 werken, deels gemarkeerd door zijn akrostichon, zijn overgeleverd en aan hem toegeschreven. Voor 25 kontakia wordt het auteurschap van Romanos echter betwijfeld. Diverse onderwerpen zijn ontleend aan het Oude Testament, het merendeel aan het Nieuwe Testament. Vaak wordt gewezen op het dramatische karakter van zijn werk, met een duidelijke aanduiding van plaatsen van handeling en het gebruik van directe rede. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de kontakia ook daadwerkelijk geënsceneerd werden.

Gegevens voor deze algemene inleiding zijn ontleend aan R. J. Schork. 1995. Sacred Song from the Byzantine Pulpit: Romanus the Melodist. Gainesville etc.: University Press of Florida.

Voorbeeldfragmenten
Calliope Tsoupaki maakt voor haar compositie gebruik van drie kontakia, strofe 21 uit kontakion 17 “Over Judas”, de prelude bij kontakion 21 “Over de kruisiging”, en verschillende coupletten uit kontakion 48, het tweede kontakion met de titel “Over de tien maagden” dat aan Romanos wordt toegeschreven. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling van deze teksten.

© 2008 Nederlandse vertaling: Antiek Theater Herman Altena

Romanos 17, 21
Daar kwam hij aangerend, de wetteloze,
en kust bedrieglijk
hem die de mensen liefheeft,
en vernietigt volgens voorbedacht plan
hem die vrijwillig lijden verkoos
en allen met leven begiftigde.
Jouw kus bied je aan?
Een kus van verraad.
Genadig, genadig, wees ons genadig.

Uit Romanos 48, prelude, 1, 5, 8, 14, 18
Als een toortsvlam, onuitblusbaar, tonen wij
onze ziel aan de bruidegom, aan Christus.
Met hem zullen wij binnengaan.
Want de bruidskamer wordt toegesloten.
Laten wij niet achterblijven, buiten,
roepend: “Doe open.”

Wat ben je lichtzinnig,
mijn deemoedige ziel.
Wat maak je je zorgen
over wat nu niet betaamt,
en ben je druk
met alles wat nutteloos is
voor de tijd die aanstonds
beslissend zal zijn,
en grijp je je vast aan het heden,
terwijl je meent die nieuwe tijd
te zijn toegewijd.
“Doe open.”

Aanhoor die dingen en jammer, ziel.
Zucht toch, nu, uit eigen inzicht,
voor het te laat is en je zult jammeren
zonder het te willen,
wanneer heel de aarde
verteerd wordt door vuur
en de hemel als een papyrus dichtrolt;
wanneer de diepzee wegvlucht
en zelfs de bodem daarvan
te voorschijn zal komen
als nooit tevoren.
Hemellichten zijn er niet:
want de sterren,
als bladeren vallen zij.
Zo groot zal de benauwenis zijn,
wanneer die dingen zullen komen.

Zie, het uur van benauwing is daar.
Waar wachten wij op, mijn ziel?
Het is de dag van de vergelding.
Ontbrand is de toorn
jegens ons, door ons,
omdat wij hem van onderaf deden opvlammen.
En het aanstaande vuur
is uit ons, tegen ons,
want geen houtblok
is als brandstof te vinden:
geen doornstruik is zichtbaar,
maar vergelding zet de brandoven in vuur.
Ieders verdorvenheid
zal als de braamstruik zijn,
brandend, maar niet verbrandend:
want altijd vlamt zij op
en nooit wordt zij verteerd,
tenzij de tranen haar voor zijn
van hen die vanhier in benauwenis
roepen: “Doe open”.

Laat niet wijken uit jullie harten
de verwachting van mijn wederkomst:
want ik ben met jullie.

Allerhoogste meester,
wil van ons niets verwachten;
u hebt niet van node
het goede dat wij doen,
omdat iedereen najaagt
het kwade.
Maar ontvouw over ons
uw erbarmen en over allen
die roepen: “Doe open”.


Romanos 21, prelude
Mijn ziel, mijn ziel, verhef je –
waarom slaap je?
Het einde nadert,
en aanstonds treft jou ontreddering.
Dus kom tot bezinning,
opdat je gespaard wordt
door Christus de heer.


 2009-05-05

Documenta, tijdschrift voor theater: special over Oresteia

Documenta, tijdschrift voor theater maakte in 2007 een special over de Oresteia van NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Helena Janssen geeft een analyse van de productie, tegen de achtergrond van recente ensceneringen door Peter Stein, Peter Hall, Ariane Mnouchkine en Luk Perceval. DocumentaPaul Slangen biedt een uiteenzetting van zijn interpretatie van de trilogie. Herman Altena bespreekt een aantal principiële vertaalkeuzes in het licht van Aischylos’ taaleigen. De relatie van de bewerking tot het origineel wordt geïllustreerd aan de hand van een korte scène, afgedrukt in beide versies. Hans Oranje, ten slotte, plaatst de Oresteia-vertaling in het perspectief van eerdere tragedievertalingen van Herman Altena en geeft een kritische reflectie op de enscenering door Johan Simons in relatie tot zijn vroegere ensceneringen van Griekse tragedies.

Documenta Jaargang XXV (2007) nummer 3-4

Helena Janssen: De Oresteia: tragische mythe of mythische tragedie
Paul Slangen: De Oresteia: tragedie van de ontbinding
Herman Altena: Aischylos’ Oresteia of de taal der traagheid
Hans Oranje: De stroeve soepelheid van Herman Altena

Documenta is een driemaandelijks tijdschrift van het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst , v.z.w. en het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst, Universiteit Gent.

ISSN 0771-8640


 2009-05-05

Trojaanse Vrouwen bij ANNETTE SPEELT

Van 1 t/m 22 december 2007 bracht ANNETTE SPEELT een bijzondere voorstelling van Euripides’ Trojaanse Vrouwen in de vertaling die Herman Altena in 1997 voor Het Zuidelijk Toneel maakte. Het stuk werd gespeeld op locatie in Scheveningen (voormalig Norfolkterrein) door Nettie Blanken en een jonge acteursgroep. De regie was in handen van Thijs Römer en Michel Sluysmans.

Medewerkers Trojaanse Vrouwen

  • Tekst: EuripidesAffiche (Ontwerp Paulina Matusiak - Foto Ben van Duin)
  • Spel: Annemaaike Bakker (Kassandra), Nettie Blanken (Hekabe), Clara Bovenberg (Koor), Benja Bruijning (Talthybios), Maud Dolsma (Athena, Helena), Roos Eijmers (Andromache), David Lucieer (Poseidon, Menelaos)
  • Regie: Thijs Römer en Michel Sluysmans
  • Vertaling: Herman Altena
  • Vormgeving: Marlies Schot & Ronald de Jong
  • Lichtontwerp: Serge van der Krieken
  • Techniek: Willy Caspers
  • Grafische vormgeving: Paulina Matusiak
  • Fotografie: Ben van Duin

Speellijst

  • 28 nov t/m 30 november (try-outs), 1 t/m 22 december 2007 (niet op zondag en maandag, behalve zondag 9 december).
  • Locatie: voormalig Norfolkterrein te Scheveningen.

 2009-05-05

Oresteia in München

Op 30 juni en 1 juli 2007 was de Oresteia van NTGent | Toneelgroep Amsterdam op uitnodiging van de Münchner Kammerspiele tweemaal te zien in het Schauspielhaus München.


 2008-11-11

Antiek Theater Herman Altena en de Oresteia

Op 25 november 2006 ging de Oresteia van NTGent | Toneelgroep Amsterdam in première in Amsterdam. Rondom de voorstelling waren verschillende activiteiten georganiseerd waarbij Antiek Theater betrokken was.

Lezing Griekenlandcentrum Gent
Op 8 november gaf Herman Altena in Gent een lezing over ‘De Griekse tragedies van Johan Simons en Paul Koek’ voor het Griekenlandcentrum van de Universiteit Gent. Zie verder onder links ‘Griekenlandcentrum Gent’.

Onder vertalers, Stadsschouwburg Amsterdam
Op 30 november spraken Janine Brogt en Herman Altena voorafgaand aan de voorstelling van de Oresteia in de Amsterdamse Stadsschouwburg een uur lang over het vertalen en bewerken van Aischylos’ trilogie. Janine Brogt vertaalde en bewerkte het stuk voor de voorstelling die Het Nationale Toneel in het voorjaar 2006 heeft gespeeld. De ontmoeting stond onder leiding van Carel Alphenaar en was georganiseerd in het kader van tamtam 06 onder de titel ‘onder vertalers’.

De teksten voor deze twee voorstellingen zijn zeer verschillend van aard, en dat hangt direct samen met de opdracht die de vertalers meekregen van de makers. Janine Brogt schreef een opera-achtig libretto, met kortere zinnen en vrijere omgang met de oorspronkelijke beeldentaal, terwijl Herman Altena zocht naar een speelbare tekst die de kenmerkende vormaspecten van het origineel zoveel mogelijk recht doet. De vergelijking van een korte passage illustreert de verschillen:

ORESTEIA
openingswoorden eerste deel
Vertaling en bewerking Janine Brogt:

Goden verlos mij van mijn wacht
die mij hier als een hond houdt vastgeketend
op het dak van het huis van Atreus’ zonen,
kop op de poten, nacht na nacht.

Een jaar al zie ik maan en sterren gaan,
stralende heersers die onaangedaan
zomer op winter laten volgen,
maar nooit het vuur vertonen
waar ik op wacht:
dat is het sein, het vuur, het teken
dat Troje is gevallen.

Waar komt dat licht vandaan?
Nieuw licht in het duister?
Een baken? Aan de horizon?
Het wordt sterker.
Dat is het!
Roep de koningin.
Troje is gevallen.
Eindelijk! Eindelijk!
Wek heel het paleis!
Agamemnon komt naar huis!

* * * * *
ORESTEIA
openingswoorden eerste deel
Vertaling Herman Altena
Goden, u vraag ik om bevrijding van deze last,
de jarenlange wacht, waarbij ik op het paleis
van Atreus’ zonen, rustend op mijn ellebogen
zoals een hond, de kennis heb verworven van
de nachtelijke samenscholing van de sterren:
welke de mensen winterstorm en zomer brengen,
stralende machthebbers, afstekend tegen de hemelsfeer,
en wanneer sterren ondergaan en opkomen.
Ook nu kijk ik waakzaam uit naar het afgesproken sein,
een stralend fakkelvuur dat nieuws uit Troje brengt,
en het bericht van de inname -

O, welkom, schijnsel van vuur, dat in de nacht het licht
aankondigt van de dag, het aantreden in Argos
van talloze koren, om deze gebeurtenis te vieren.
Ioe, ioe.
Agamemnons vrouw geef ik een helder teken om
zich op te richten van haar bed en dadelijk
in jubel uit te barsten bij dit fakkellicht,
ten gunste van haar huis, zo waar de stad Troje
veroverd is, naar nu die oplichtende gloed bericht.

Volgende Pagina »