Fenicische vrouwen

Martin Crimps Alles Weitere kennen Sie aus dem Kino is een bewerking van Euripides’ Fenicische vrouwen. Crimps verhaallijn volgt globaal die van Euripides’ tragedie en is gemaakt met een scherp oog voor detail. Hieronder een synopsis van Euripides’ tragedie.

Euripides schreef Fenicische vrouwen rond het jaar 410 voor Christus, in een politiek turbulente tijd voor Athene. De stad had enkele jaren tevoren tijdens een expeditie naar Sicilië een gevoelige militaire nederlaag geleden tegen de aartsvijand Sparta. In de stad zelf had een oligarchische coup de democratie kortstondig opgeschort. De tragedie beschrijft de strijd tussen de zonen van Oidipous om de heerschappij over Thebe. De twee broers, Eteokles en Polyneikes, hebben hun incestueuze vader opgesloten in zijn paleis om een verdere besmetting van Thebe te voorkomen. Ontstemd over die behandeling heeft Oidipous zijn zonen vervloekt: zij zullen door elkaars hand sterven.

Om dit te voorkomen besluiten de broers om beurtelings een jaar over Thebe te regeren, Eteokles als eerste. Als Polyneikes na een jaar de macht komt opeisen, weigert Eteokles die af te staan. Polyneikes eist dat Eteokles zich houdt aan hun onderlinge afspraak, en om die eis kracht bij te zetten ligt hij nu met een leger bondgeno­ten uit Argos voor de poorten. Hun moeder, Iokaste, onderneemt een vergeefse bemiddelingspoging waarin ze een dringend beroep doet op het principe van gelijkheid. Daarmee kiest ze feitelijk de kant van Polyneikes, hoewel ze zijn gewapende aanval op zijn vaderstad ondubbelzinnig afwijst.

De broers verdedi­gen in een fel debat hun positie. Polyneikes is bereid zijn leger terug te trekken als Eteokles zich alsnog aan de afspraken houdt, maar deze verklaart openlijk vast te houden aan zijn alleenheerschappij en jaagt zijn broer de stad uit. De strijd barst los en Thebe dreigt te vallen. Alleen een mensen­offer aan de oorlogsgod Ares kan de stad redden. Daarop offert Menoikeus, de zoon van Iokastes broer Kreon, tegen de zin van zijn vader zijn leven door van de stadsmuur te springen. Hij lost daarmee een generaties oude wrok van de oorlogsgod in jegens de stichter van Thebe, Kadmos, een van Menoikeus’ voorouders. De stad blijft behouden.

De broers vermoorden elkaar in een tweegevecht en Iokaste pleegt zelfmoord als ze de dode lichamen van haar zonen op het slagveld ziet. Aan het eind van het stuk wordt de oorzaak van al het leed, Oidipous, de vader die zijn zonen vervloekt had, door Kreon uit de stad verbannen. Antigone begeleidt hem.

De titel van het stuk verwijst naar het koor van jonge vrouwen die afkomstig zijn uit Fenicië en toevallig in Thebe komen vast te zitten op hun route naar Delfi. Zij zijn ongewild getuige van de verschrikkelijke gebeurtenissen. In hun liederen plaatsen zij die in de context van een verre mythische voorgeschiedenis. Deze reikt terug tot voor de stichting van Thebe door de eerste koning van de stad, Kadmos, die zelf uit Fenicië afkomstig was.

Boekpublicatie Hyllos

De tekst van Hyllos is in boekvorm gepubliceerd, samen met de vertaling van Euripides’ Smekelingen die Herman Altena in 2006 maakte voor de Veenfabriek. Het boek is verkrijgbaar bij de reguliere boekhandel en via het bestelformulier op deze site. Kosten: € 14,50 (exclusief eventuele verzendkosten).

Omslag boek

 

Hyllos is een politieke tragedie over democratische idealen en hun keerzijde. Hyllos, de zoon van de grote Griekse held Hera­kles, wil na de dood van zijn vader een democratisch bestuur vestigen in Trachis. Hij is daarbij geïnspireerd door de succesvolle democratische hervormingen die koning Theseus onlangs in Athene heeft doorgevoerd. Maar Hyllos stuit op zwaar verzet en in Athene dreigt de democratie volledig te ontsporen.
Ook in Euripides’ Smekelingen staat de Atheense democratische ideologie centraal. De nog jonge koning Theseus krijgt het verzoek in te grijpen na een militair conflict tussen Argos en Thebe. De Thebanen weigeren de lichamen van de gesneuvelde strijders uit Argos aan hun families terug te geven. In Smekelingen stelt Euripides de ideologische verheerlijking van de Atheense democratie naast de rauwe werkelijkheid van het persoonlijke verlies.
Hyllos & Euripides’ Smekelingen
Paperback, 156 pp.
ISBN 978-90-78739-00-5
Prijs € 14,50
U kunt het boek bestellen via het »bestelformulier.
Verzendkosten binnen Nederland: € 1,95 per zending
Verzendkosten buiten Nederland: EU: € 7,75 per zending

Hyllos is (mede) tot stand gekomen dankzij een bijdrage van het Lirafonds.

Christopher Marlowe Tamburlaine the Great

Het stuk dateert van ca. 1590 en is gebaseerd op de historische Mongoolse nomadische krijgsheer Timur-lenk (Timoer de lamme) die in de tweede helft van de veertiende eeuw zijn macht vestigde in het huidige Uzbekistan en deze vervolgens op uitermate wrede wijze uitbreidde van Delhi tot in Moskou, Klein-Azië en Egypte. Timur was altijd op campagne en slechts zelden thuis in zijn hoofdstad Samarkand, die tijdens en na zijn bewind uitgroeide tot het belangrijkste economische en culturele centrum van Centraal-Azië in de vijftiende eeuw. Timur gebruikte alle mogelijke militaire en diplomatieke middelen (geoorloofd en ongeoorloofd) om zijn macht te vergroten, en deinsde er niet voor terug volledige steden uit te moorden en te verwoesten, zoals Delhi in 1398 (hij vond dat de moslim sultans van Delhi te tolerant waren voor hun hindoe onderdanen). Timurs mausoleum in Samarkand wordt beschouwd als een van de pronkstukken van islamitische kunst.

Tamburlaine’s wreedheden
Marlowe’s stuk toont hoe Tamburlaine aan de macht komt en stap voor stap zijn macht vergroot. We worden van oorlog naar oorlog geleid, waarvoor immense legers op de been worden gebracht, honderdduizenden soldaten steeds aan beide kanten. De slachtingen die worden aangericht, niet in de laatste plaats ook onder de burgerbevolking van veroverde steden, zijn onvoorstelbaar en de wreedheid neemt in de loop van de twee stukken alleen maar toe. Oorlogen duren in deze gruwelijke geweldspiraal gewoonlijk niet langer dan een afgang, oorlogsgeluiden, en de onmiddellijke opkomst van de gewonde of gevangen genomen tegenstanders van Tamburlaine. Dezen kunnen steevast rekenen op een zeer vernederende behandeling. Bajareth (staat voor de Ottomaanse sultan Bayezid I), wordt gevangen meegevoerd in een kooi, de koningen van Anatolië en Jeruzalem worden als paarden voor Tamburlaine’s wagen gespannen. De oorlogshandelingen zelf voelen als een voetnoot in het streven naar persoonlijke macht en aanzien.

De macht over het universum
De onderlinge machtsstrijd tussen moslimdynastieën treedt steeds op de voorgrond. Vrijwel niemand is volledig betrouwbaar, en verdragen en afspraken zijn slechts geldig zolang ze voordeel brengen. Op de achtergrond speelt ook kort de machtsstrijd tussen christenen en moslims en het onderlinge wantrouwen tussen beide kampen. De godenwereld in Tamburlaine is overigens zeer divers: naast God, Mahomet (en Christus) figureert het Grieks-Romeinse pantheon nadrukkelijk, vaak in vergelijkingen: Juppiter, Mercurius, Apollo, Flora, Venus, Nemesis (wraak). Naast Hel en Hemel bestaan Styx, Tartarus, en Elysium. De kosmos is een voortdurende bron voor beelden: sterrenhemels, vurige meteoren, vuurregens. Het is die interculturele kosmos waarover Timur uiteindelijk wil regeren, en alles wat hem scheidt van de troon van God wil hij vernietigen. Hij, die zichzelf herhaaldelijk “de gesel Gods” noemt, laat in de context van die grootheidswaan zelfs de koran en alle heilige boeken verbranden, en maakt Mahomet belachelijk omdat die geen wraak neemt voor de talloze moslim-slachtoffers die Tamburlaine in zijn oorlogen gemaakt heeft.

Voorbeeldfragment: Tamburlaine’s grote liefde sterft
In het volgende fragment sterft Zenocrate, Tamburlaine’s vrouw die alles voor hem betekent, aan een ziekteaanval. Het afscheid van haar zoons, van Tambulaine zelf en van zijn medestrijders van het eerste uur is zeer emotioneel. Tamburlaine’s reactie op Zenocrate’s dood toont zijn zachte, maar ook zijn gewelddadige kant, en zijn grootheidswaan. Tamburlaine is het eerste grote werk dat in blank verse geschreven is. In de vertaling heb ik ernaar gestreefd de kracht van het blank verse, met zijn neiging het laatste woord steeds belangrijk te maken, over te nemen.

© 2009 Nederlandse vertaling: Antiek Theater Herman Altena

ZENOCRATE
Laat mij nu sterven, liefste, laat mij sterven;
berust en laat in liefde jouw liefste sterven !
Jouw smart, jouw razen grieft mijn tweede leven.
Laat mij mijn man nu kussen voor ik sterf,
en laat mij sterven, door mijn man gekust.
Nog duurt het leven voort – laat in die tijd
mij van mijn liefste zoons hier afscheid nemen,
en van u, heren: uw oprechte adel
verdient het dat ik u als laatsten gedenk.
Vaarwel, mijn schatten ! Sterf zoals ik sterf
en leef zoals je vader leeft, glansrijk.
Muziek ! dan zal mijn aanval stoppen, liefste.

TAMBURLAINE
Hooghartige razernij, ondraaglijke aanval,
die folteren durft het lichaam van mijn liefste,
en geselt de gesel van de onsterflijke God:
nu zijn die sferen, waar Cupido altijd zat,
de wereld verwondend met wonderbare liefde,
treurig vervuld van vale gruwbare dood,
wiens pijlen het hart doorboren van mijn ziel.
Haar heilige schoonheid heeft de Hemel verrukt;
had ze geleefd voor Troje werd belegerd,
dan was Helena (wier schoonheid Griekenland,
gewapend, met duizend schepen naar Tenedos voerde)
nooit in Homeros’ Ilias genoemd;
in elke regel die hij schreef: haar naam.
Of hadden die lichthartige dichters die
het oude Rome trots het leven schonk
hun blik maar even laten rusten op haar,
noch Lesbia noch Corinna was ooit genoemd.
Zenocrate was dan het onderwerp
van elke elegie, elk epigram.
[De muziek klinkt – Zenocrate sterft]
Wat ! Is ze dood ? Techelles, trek je zwaard,
verwond de aarde dat ze in tweeën splijt,
en wij afdalen naar het helse gewelf,
de Schikgodinnen meesleuren aan hun haar
en smijten in de drievuldige hellegracht:
zij namen mijn lieve Zenocrate hier weg.

Lucas passie – oratorium van Calliope Tsoupaki

Op 5 juni 2008 beleefde Calliope Tsoupaki’s oratorium de Lucas passie zijn wereldpremière in het Muziekgebouw aan ’t IJ tijdens het Holland Festival 2008.

Antiek Theater Herman Altena vertaalde de Griekse teksten voor de boventiteling (o.m. uit het Lucas-evangelie, de psalmen van David, en werk van Romanos Melodos)

Romanos Melodos
Romanos Melodos (de zanger) was een dichter van waarschijnlijk Syrische afkomst. Hij was werkzaam in de eerste helft van de zesde eeuw in Konstantinopel ten tijde van keizer Justinianus (527-565). Romanos was de bedenker van de zg. kontakia (enkelvoud kontakion, de stok waarop een papyrus werd opgerold). Dit waren preken die vanaf de kansel gezongen werden. In deze preken werd de kern van de schriftlezing (uit het Oude of Nieuwe Testament) voor een bepaalde kerkelijke feestdag in poëzie en muziek nader uiteengezet en in een religieus-ethisch perspectief geplaatst.

De kontakia bestaan uit zo’n 18 tot 30 coupletten, voorafgegaan door èèn of meer korte inleidende verzen waarvan de slotregel als refrein dient voor de coupletten. Romanos schreef zijn coupletten in de vorm van een akrostichon: de eerste letters van de coupletten vormen samen de handtekening van de auteur van het werk, bijvoorbeeld “DOOR ROMANOS IN NEDERIGHEID”. Alle coupletten hadden dezelfde metrische vorm. Het refrein kon door de gemeente worden meegezongen. De oorspronkelijke muziek van Romanos’ kontakia is niet overgeleverd. Fragmenten uit zijn werk en dat van anderen worden nog overigens steeds gezongen in de Grieks-orthodoxe kerk, maar dan op een latere compositie.

Een antieke levensbeschrijving van Romanos vermeldt dat hij zo’n duizend composities schreef voor de christelijke kalender. Slechts 87 werken, deels gemarkeerd door zijn akrostichon, zijn overgeleverd en aan hem toegeschreven. Voor 25 kontakia wordt het auteurschap van Romanos echter betwijfeld. Diverse onderwerpen zijn ontleend aan het Oude Testament, het merendeel aan het Nieuwe Testament. Vaak wordt gewezen op het dramatische karakter van zijn werk, met een duidelijke aanduiding van plaatsen van handeling en het gebruik van directe rede. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de kontakia ook daadwerkelijk geënsceneerd werden.

Gegevens voor deze algemene inleiding zijn ontleend aan R. J. Schork. 1995. Sacred Song from the Byzantine Pulpit: Romanus the Melodist. Gainesville etc.: University Press of Florida.

Voorbeeldfragmenten
Calliope Tsoupaki maakt voor haar compositie gebruik van drie kontakia, strofe 21 uit kontakion 17 “Over Judas”, de prelude bij kontakion 21 “Over de kruisiging”, en verschillende coupletten uit kontakion 48, het tweede kontakion met de titel “Over de tien maagden” dat aan Romanos wordt toegeschreven. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling van deze teksten.

© 2008 Nederlandse vertaling: Antiek Theater Herman Altena

Romanos 17, 21
Daar kwam hij aangerend, de wetteloze,
en kust bedrieglijk
hem die de mensen liefheeft,
en vernietigt volgens voorbedacht plan
hem die vrijwillig lijden verkoos
en allen met leven begiftigde.
Jouw kus bied je aan?
Een kus van verraad.
Genadig, genadig, wees ons genadig.

Uit Romanos 48, prelude, 1, 5, 8, 14, 18
Als een toortsvlam, onuitblusbaar, tonen wij
onze ziel aan de bruidegom, aan Christus.
Met hem zullen wij binnengaan.
Want de bruidskamer wordt toegesloten.
Laten wij niet achterblijven, buiten,
roepend: “Doe open”.

Wat ben je lichtzinnig,
mijn deemoedige ziel.
Wat maak je je zorgen
over wat nu niet betaamt,
en ben je druk
met alles wat nutteloos is
voor de tijd die aanstonds
beslissend zal zijn,
en grijp je je vast aan het heden,
terwijl je meent die nieuwe tijd
te zijn toegewijd.
“Doe open”.

Aanhoor die dingen en jammer, ziel.
Zucht toch, nu, uit eigen inzicht,
voor het te laat is en je zult jammeren
zonder het te willen,
wanneer heel de aarde
verteerd wordt door vuur
en de hemel als een papyrus dichtrolt;
wanneer de diepzee wegvlucht
en zelfs de bodem daarvan
te voorschijn zal komen
als nooit tevoren.
Hemellichten zijn er niet:
want de sterren,
als bladeren vallen zij.
Zo groot zal de benauwenis zijn,
wanneer die dingen zullen komen.

Zie, het uur van benauwing is daar.
Waar wachten wij op, mijn ziel?
Het is de dag van de vergelding.
Ontbrand is de toorn
jegens ons, door ons,
omdat wij hem van onderaf deden opvlammen.
En het aanstaande vuur
is uit ons, tegen ons,
want geen houtblok
is als brandstof te vinden:
geen doornstruik is zichtbaar,
maar vergelding zet de brandoven in vuur.
Ieders verdorvenheid
zal als de braamstruik zijn,
brandend, maar niet verbrandend:
want altijd vlamt zij op
en nooit wordt zij verteerd,
tenzij de tranen haar voor zijn
van hen die vanhier in benauwenis
roepen: “Doe open”.

Laat niet wijken uit jullie harten
de verwachting van mijn wederkomst:
want ik ben met jullie.

Allerhoogste meester,
wil van ons niets verwachten;
u hebt niet van node
het goede dat wij doen,
omdat iedereen najaagt
het kwade.
Maar ontvouw over ons
uw erbarmen en over allen
die roepen: “Doe open”.


Romanos 21, prelude
Mijn ziel, mijn ziel, verhef je –
waarom slaap je?
Het einde nadert,
en aanstonds treft jou ontreddering.
Dus kom tot bezinning,
opdat je gespaard wordt
door Christus de heer.

Documenta, tijdschrift voor theater: special over Oresteia

Documenta, tijdschrift voor theater maakte in 2007 een special over de Oresteia van NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Helena Janssen geeft een analyse van de productie, tegen de achtergrond van recente ensceneringen door Peter Stein, Peter Hall, Ariane Mnouchkine en Luk Perceval. DocumentaPaul Slangen biedt een uiteenzetting van zijn interpretatie van de trilogie. Herman Altena bespreekt een aantal principiële vertaalkeuzes in het licht van Aischylos’ taaleigen. De relatie van de bewerking tot het origineel wordt geïllustreerd aan de hand van een korte scène, afgedrukt in beide versies. Hans Oranje, ten slotte, plaatst de Oresteia-vertaling in het perspectief van eerdere tragedievertalingen van Herman Altena en geeft een kritische reflectie op de enscenering door Johan Simons in relatie tot zijn vroegere ensceneringen van Griekse tragedies.

Documenta Jaargang XXV (2007) nummer 3-4

Helena Janssen: De Oresteia: tragische mythe of mythische tragedie
Paul Slangen: De Oresteia: tragedie van de ontbinding
Herman Altena: Aischylos’ Oresteia of de taal der traagheid
Hans Oranje: De stroeve soepelheid van Herman Altena

Documenta is een driemaandelijks tijdschrift van het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst , v.z.w. en het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst, Universiteit Gent.

ISSN 0771-8640

Aischylos’ Oresteia | spannend – poëtisch – actueel

Dit jaar is het tiende, sinds tegen Priamos
– om zijn recht te halen – de machtige vorst
Menelaos, samen met Agamemnon,
de zonen van Atreus, een hecht tweespan,
door Zeus bekleed met het aanzien van
een dubbele troon en een dubbele scepter,
een vloot van duizend Argivische schepen
vanaf dit land lieten uitlopen,
een krijgsmacht, wapenbroeders in recht.

Boekomslag
De Griekse vorst Agamemnon, koning van Argos, leidt een militaire expeditie tegen Troje. Doel is het terughalen van Helena, de vrouw van zijn broer en medekoning Menelaos. Zij is geschaakt door Paris, de zoon van de Trojaanse koning Priamos. De uitvaart van de vloot wordt echter belemmerd door straffe tegenwinden. Alleen als Agamemnon zijn dochter offert aan de godin Artemis, zullen de stormen luwen. Agamemnon moet kiezen voor zijn koninklijke en militaire reputatie in Griekenland of voor zijn dochter, en kiest uiteindelijk voor het eerste. De vloot vaart uit, Troje wordt ingenomen na een tienjarig beleg. Helena wordt ontzet en Agamemnon keert terug naar huis. Daar wordt hij opgewacht door zijn vrouw Klytaimestra, samen met haar steun en toeverlaat Aigisthos, een neef van Agamemnon. Klytaimestra vermoordt haar man en wreekt daarmee de dood van hun dochtertje. Vervolgens worden zij en Aigisthos vermoord door Orestes, de zoon van Agamemnon en Klytaimestra, die daarmee de moord op zijn vader wreekt. Hoe kan de keten van wraak doorbroken worden?

Oresteia betekent “Het verhaal van Orestes”. Het is een van de beroemdste toneelstukken uit de Griekse oudheid, geschreven in 458 voor Christus door Aischylos. Hij toont ons de wereld als een ruwe natuur, waarin oerkrachten overheersen die voor ons maar al te herkenbaar zijn – al benoemen wij ze anders. De tekst is een puur taalbolwerk van hoog poëtisch niveau. Een lust voor elke taalliefhebber.

Oresteia is te koop voor € 15,00 excl. verzendkosten. Uw bestelling wordt geleverd via Post.nl. Factuur wordt bijgesloten.

Bestel nu via deze website »contact of bij uw boekhandel.

Uit de pers:
“Een proeve van trouw aan het Griekse origineel” – Hans Oranje in Trouw (25 november 2006)
“genieten van de poëzie van de tekst in de recentelijk verschenen vertaling van Herman Altena … met Aischylos’ Oresteia heeft hij een hoogtepunt aan zijn oeuvre toegevoegd” – Michel Buys in VN (14 juli 2007)

Aischylos’ Oresteia
vertaald door Herman Altena

ISBN-10 90-78739-01-0
ISBN-13 978-90-78739-01-2

Paperback – 159 pagina’s